Vlaginstructie ouders.
Het doel van deze korte handleiding is om informatie te geven aan ouders en begeleiders die die incidenteel als assistent-scheidsrechter (ook wel: vlagger) fungeren bij een wedstrijd van hun zoon en/of dochter. Deze handleiding behandelt niet alle informatie over de spelregels, maar besteedt slechts aandacht aan de zaken en regels waarmee u als assistent-scheidsrechter het meest te maken krijgt.
De assistent-scheidsrechter staat ook wel bekend als de grensrechter of de “vlagger”. De officiële term is echter assistent-scheidsrechter, afgekort ASR, dus deze terminologie houden wij ook aan. Uw primaire taak is dan ook het samenwerken met de scheidsrechter.
Voorafgaand aan de wedstrijd
- Voorafgaand aan een wedstrijd maakt de scheidsrechter meestal afspraken met de assistent-scheidsrechter. Dit initiatief komt van de scheidsrechter en zal enkele minuten duren. Hierbij geeft de scheidsrechter korte instructies aan beide assistent-scheidsrechters.
- De assistent-scheidsrechter gaat terug naar zijn team om eventueel deze instructies door te geven aan leider(s) en spelers.
- De assistent-scheidsrechter loopt mee naar de middenstip om gezamenlijk de toss te doen en zich voor te stellen aan de aanvoerders van beide teams.
Tijdens de wedstrijd
U bent verantwoordelijk voor het vlaggen op de volgende momenten:
- Wanneer de bal geheel en al buiten het speelveld is (in zijn geheel over de zij- of achterlijn);
- Bij een inworp wijst u met uw vlag richting de hoekvlag van de niet-ingooiende partij
- Bij een hoekschop wijst u met uw vlag richting de hoekvlag van de verdedigende partij
- Bij een doeltrap wijst u met uw vlag richting het doel van de verdedigende partij
- Wanneer een speler bestraft kan worden voor buitenspel staan;
- Wanneer een overtreding plaatsvindt in uw gezichtsveld en u ervan overtuigd bent dat de overtreding buiten het gezichtsveld van de scheidsrechter heeft plaatsgevonden;
- Wanneer onbehoorlijk gedrag of enig ander voorval heeft plaatsgevonden buiten het gezichtsveld van de scheidsrechter;
- Wanneer men een wisselspeler in wenst te zetten.
Noot: Als de scheidsrechter u een teken geeft (dit kan zijn een fluitsignaal, vinger opsteken, doorspeelgebaar en/of roept “ga door”), doe dan de vlag direct omlaag en ga door met het spel. Bij géén retour-teken mag u blijven staan met de vlag omhoog, net zolang totdat de scheidsrechter u gezien heeft.
Positionering
Als assistent-scheidsrechter loopt u langs de zijlijn op de helft van het eigen team. In de meeste gevallen zal dat het team van uw zoon of dochter zijn. U loopt mee vanaf de achterlijn tot aan de middenlijn, dus een half veld.
Bij een hoekschop en strafschop staat u op één lijn met de doellijn. Hierdoor heeft u het beste zicht op ofwel de bal de doellijn volledig is gepasseerd.
Bij een inworp, geef de inwerpende speler voldoende ruimte.
Buitenspel
Een van de meest lastige regels van het voetbal is misschien wel buitenspel. Een speler staat in buitenspelpositie als hij/zij dichter bij het doel van de tegenstander staat dan de voorlaatste speler. Let op: de doelman wordt dus gezien als laatste speler.
In buitenspelpositie staan is op zichzelf niet tegen de regels; pas wanneer deze speler actief deelneemt aan het spel, bijvoorbeeld door de bal op doel te schieten, is het strafbaar buitenspel. Buitenspel geldt niet bij een doeltrap, hoekschop of inworp.
In onderstaande video wordt buitenspel kort uitgelegd.
Heeft u verder nog vragen over uw taken als assistent-scheidsrechter? Mail dan naar scheidsrechterzaken.dess@gmail.com.





